Home    Actueel    Opinie    Varia    Info    Contact
Passie voor het vak!
In het maatschappelijk debat over het voortgezet onderwijs in Nederland overheersen momenteel de karikaturen. In discussies worden eerste graaddocenten geplaatst tegenover tweede graaddocenten, docenten die wel voor het Nieuwe Leren zijn worden door andere docenten weggehoond, managers worden afgebrand als mensen die geen gevoel hebben voor het onderwijs. In de media komen docenten naar voren als beklagenswaardige wezens die worden ontmoedigd en weggejaagd. Juist deze beeldvorming is schadelijk voor het onderwijs, met name waar het gaat om het aantrekken van jonge, getalenteerde mensen voor het vak. Docenten zullen hierin zelf verantwoordelijkheid moeten nemen. Zij dienen zich te presenteren als professionals, die hun vak goed verstaan en daar trots op zijn. Assertiviteit is nodig bij het aankaarten van problemen, maar het uitdragen van passie en enthousiasme is minstens zo belangrijk.


De afgelopen tijd wordt over de stand van het voortgezet onderwijs in Nederland weinig opbeurend geschreven. Ondanks goede berichten van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) over de prestaties van Nederlandse leerlingen blijft de conclusie van velen dat het met het onderwijs slecht gesteld is, mede doordat de kwaliteit bij docenten achteruitholt. Academisch geschoolden zouden het onderwijs uit worden gejaagd door een lage waardering in combinatie met de hoge werkbelasting.

Ton van Haperen heeft gesteld dat er zelfs ronduit afkeer bestaat jegens deze hoogopgeleiden, omdat ze vervelend en lastig zouden zijn. Op de website van Beter Onderwijs Nederland is een meldpunt opgericht voor docenten die worden geïntimideerd door hun schoolleiding. Dan zou er volgens sommigen nog sprake zijn van een onoverbrugbare generatiekloof: jonge honden die graag willen vernieuwen tegenover een oudere garde die zich star verzet tegen elke nieuwe ontwikkeling. Over die onderwijsvernieuwingen zelf wordt over het algemeen al helemaal niet lovend gesproken, een enkele onverbeterlijke optimist daargelaten.

De klaagcultuur viert hoogtij in de krantenkolommen én de docentenkamers. Het is een teneur van jaren. Volgens een analyse van Jan Siebelink (Trouw, 4 januari 2003), oud-docent Frans, zijn leraren ‘murw en apathisch’ geworden onder het geweld van afgedwongen vernieuwingen. De docenten ondergaan de vernieuwingen steeds lijdzaam en passief. Het is waar: docenten komen in de publieke arena vooral naar voren als slachtoffers. Ze worden weggejaagd, ontmoedigd, apathisch gemaakt, ondergewaardeerd, weggepest door managers. Terecht kunnen buitenstaanders zich afvragen waarom docenten zich apathisch láten maken? Van hoogopgeleiden zou je meer mondigheid verwachten. Moeten alle docenten gelijktijdig op een assertiviteitscursus?

Terecht kunnen buitenstaanders ook concluderen dat je maar beter geen docent kunt worden, want blijkbaar roep je dan veel ellende over jezelf af. Zéker als academicus. Dit afschrikwekkende beeld van het onderwijs dat in de media is ontstaan en keer op keer bevestigd wordt, vormt nu een probleem in het aantrekken van een nieuwe generatie voor het onderwijs. Daar kan geen stimulerende maatregel vanuit de overheid tegenop.

De centrale en meest prangende vraag in het maatschappelijke debat moet zijn: hoe maken we het vak van docent aantrekkelijker voor getalenteerde jongeren? We kunnen de verantwoordelijkheid voor het beantwoorden van deze vraag niet geheel afschuiven op de politiek en het beleid van schooldirecties. Het is eveneens de verantwoordelijkheid van de opiniemakers in dit land die zich zo duidelijk uitspreken over de status van het onderwijs. Het is tevens de verantwoordelijkheid van docenten. Dat laatste wordt soms al te gemakkelijk vergeten. De manier waarop zij zichzelf en hun beroep presenteren is essentieel.

Waar je het onderwijs niet aantrekkelijk mee maakt, is het steeds herhalen van dezelfde klaagzangen, waarmee docenten zélf beklagenswaardige wezens worden. Je maakt het vak niet aantrekkelijk door docenten neer te zetten als gefrustreerde mensen die het onderwijs ondergaan of slechts ‘verdragen’. Het is bovendien een té eenzijdig beeld van de dagelijkse praktijk in onderwijsland.

Op dit moment overheersen in het maatschappelijk debat echter de karikaturen. In discussies worden eerste graaddocenten geplaatst tegenover tweede graaddocenten, docenten die wel voor het nieuwe leren zijn worden door andere docenten weggehoond, managers worden afgebrand als mensen die geen gevoel hebben voor het onderwijs. Wat veel mensen niet lijken te begrijpen is dat juist die karikaturen schadelijk zijn. Je doet er het onderwijs, maar vooral de mensen die er in werkzaam zijn mee te kort.

Wat het onderwijs nodig heeft, zijn niet alleen goede maatregelen van buitenaf, een cultuuromslag in het veld zélf is noodzakelijk. We willen gepassioneerde docenten zien die zich als zelfbewuste professionals presenteren in de samenleving. Docenten die voor zichzelf kunnen opkomen, die niet klagen om het klagen, en die niet te cynisch zijn geworden om met enthousiasme te vertellen over hun vak.

Mail Marjonne
  Download het artikel
Reageer / Aantal reacties: 0