Home    Actueel    Opinie    Varia    Info    Contact
Rugzakjes

Het afgelopen jaar heb ik een rugzakleerling in één van mijn klassen gehad. Een autistische jongen die in een Havo/Vwo brugklas was geplaatst samen met nog 30 andere leerlingen. Een kind dat speciale aandacht nodig heeft, maar in zo’n grote klas moet zien te functioneren; ik had er aanvankelijk een hard hoofd in. Koos, zoals deze jongen heet, was nogal ongepolijst. Hij zei wat hij dacht, en zijn woordgebruik kon nogal grof zijn. Als iets niet helemaal lukte, kon hij luid vloeken. Bij overhoringen gebruikte hij in zijn antwoorden woorden als ‘shit’ en ‘kut’. Toch, ondanks dat, had hij het meestal wel bij het rechte eind, want Koos is slim. Het bleek de kunst door zijn onbehouwen gedrag heen te kijken.

Rugzakleerlingen zijn een bijzonder fenomeen in het onderwijs. Voor wie hier niet mee bekend is: sinds 1 augustus 2003 is het wettelijk vastgelegd dat ouders van een kind met een stoornis c.q. handicap het recht hebben om die school voor hun kind te kiezen die zij het meest geschikt vinden. Scholen zijn verplicht over een zorgplan te beschikken waarin is vastgelegd hoe de school met zorgleerlingen omgaat en ook hoe het contact met de ouders wordt geregeld. Een school moet ouders dus serieus nemen en met hen samenwerken. De leerling in kwestie wordt meestal door een externe hulpverlener begeleid. Voor rugzakleerlingen krijgen scholen vergoeding. Op zichzelf een goede regeling ware het niet dat de dagelijkse praktijk – zoals altijd – nogal weerbarstig is. Docenten weten niet altijd precies wat voor aanpak een kind nodig heeft. Kinderen met een autistische stoornis, zoals in het geval van Koos, reageren nu eenmaal anders op situaties dan anderen. Een docent die hiermee niet bekend is, of niet weet hoe er mee om te gaan, zal niet adequaat weten te handelen. Voor een gemiddelde docent is het vrijwel ondoenlijk om zich in alle verschillende handicaps en (gedrags)stoornissen uitvoerig te verdiepen.

Ondanks mijn bezwaren tegen de rugzakregeling gunde ik het Koos van harte dat hij op een normale school tussen anderen ‘normale’ kinderen kon meedoen. Na de eerste aanloopproblemen werd al snel duidelijk dat hij best goed meedraaide. Aan het einde van het schooljaar was hij goed geïntegreerd in de klas. Tijdens één van de laatste lessen – toen Koos zich weer eens had bezondigd aan een raar woord - riep een klasgenootje van hem uit: ‘Koos, je bent toch zeker geen debiel?’ Waarop Koos met pretogen terugzei: ‘Nou, een beetje wel hoor’.

Mail Marjonne

Reageer / Aantal reacties: 0