| Mosterd na de maaltijd |
| Fenny Brinkman, Haram. Uit het dagelijks leven op een islamitische school (2005) ISBN 90-5018-694-7 |
Op de achterflap prijst de uitgever dit boek van Fenny Brinkman over het reilen en zeilen op een islamitische basisschool aan als een ‘eye-opener’. Wat zou die eye-opener dan wel moeten zijn? Want laten we eerlijk zijn: sinds een aantal jaren zijn de ogen van de Nederlanders voor wat betreft het zogenaamde multiculturele drama wel geopend. Alleen verstokte idealisten geloven nog dat het allemaal wel mee valt. Volgens Brinkman zelf was de moord op Theo van Gogh voor haar een bevestiging dat ze dit boek moest schrijven. Pas zeven jaar na haar vertrek van de betreffende school is haar verhaal de wereld ingegaan. Het is opmerkelijk dat juist de afschuwelijke dood van Van Gogh haar sterkte. Want was zijn moordenaar niet juist een voorbeeld van een goed geïntegreerde Marokkaan die onderwijs had gevolgd op ‘normale’ scholen en daarbij ook nog een redelijk niveau had behaald? Nee, het verband tussen deze moord en het bestaan van islamitische scholen in Nederland (en het gevaar dat vanuit deze scholen zou komen) is niet duidelijk en de schrijfster weet dit ook in haar nawoord niet te verhelderen. Duidelijk is dat Brinkman begon te werken op de islamitische basisschool vanuit idealistische overtuigingen waarin de multiculturele samenleving een prominente plaats innam. De eye-opener die op de achterflap naar voren komt, is voornamelijk de eye-opener die Brinkman zelf heeft gehad, want ja, het is toch werkelijk waar: óók zij heeft haar idealen bij moeten stellen. Nu moet gezegd worden dat zij aan het begin van haar werk op de betreffende school ook wel wat naïef is geweest. Het dragen van een hoofddoek was de eerste concessie die ze moest maken aan de schoolleiding. Die concessie vond Brinkman vanzelfsprekend. Maar wanneer je één concessie doet aan je eigen denkbeelden wordt het lastig om daarna voor jezelf de grenzen helder te houden: wanneer gaat het té ver? Als je bepaalde Nederlandse kinderliedjes niet mag zingen, omdat daar woorden in voorkomen die suggereren dat Allah belachelijk wordt gemaakt? Als je stiekem moet roken buiten achter een muurtje, omdat de leiding het niet mag weten? Of wanneer de ramen worden afgeplakt, omdat de kinderen Sinterklaas niet mogen zien? Brinkman is zelf opgegroeid in een gereformeerde omgeving. Ze beschrijft dat het snelle afdoen van de hoofddoek zodra ze de school uit liep haar deed denken aan de tijd dat zij haar lange rokken als puber verkortte zodra ze uit het zicht van haar ouders was. Het zijn inderdaad vergelijkbare situaties. Het is opmerkelijk dat een vrouw die kennelijk min of meer in opstand kwam tegen de strenge regels van het christelijke geloof wel akkoord ging met de kledingsvoorschriften van een ander geloof. Tegelijkertijd ligt hierin misschien een verklaring: omdat Brinkman dit kende van huis uit kon zij het begrijpen en zich makkelijker conformeren. Op een bepaald moment is dan toch de maat vol. Een opeenstapeling van steeds strenger wordende regels, het gevoel: nu is het genoeg geweest. Dus stapt Brinkman eruit, samen met een collega die een goede vriendin is geworden. Begrijpelijk. Eigenlijk kun je het de schoolleiding van de islamitische basisschool niet kwalijk nemen dat zij Brinkman liever kwijt was dan rijk. Ze paste immers niet optimaal in hun beeld van een goede juf. Iemand die les geeft op een school waar het geloof zo’n belangrijke plaats inneemt, moet zelf ook dat geloof aanhangen anders verliest de school haar geloofwaardigheid. Op een reformatorische school nemen ze ook geen mensen aan die nooit in een kerk komen. Brinkman lijkt dit zelf niet zo in te zien. Zij zag er geen probleem in om de kinderen op school volgens het islamitische geloof te onderwijzen, ook al was het niet haar eigen geloof. Het lijkt mij eerlijk gezegd logisch dat een dergelijke gespletenheid niet langdurig kan plaatsvinden. Dat breekt je op. Het leven dat je leidt buiten school staat haaks op wat je uitdraagt voor de klas. Ik vraag mij af of Brinkman uit idealistische overtuiging ook had willen lesgeven op een reformatorische basisschool? Ik denk van niet. Was het boek zeven jaar geleden uitgekomen, dan was Brinkman inderdaad op tijd geweest met haar verhaal over de praktijken op deze school. Dan was het ook moedig geweest om dit aan de kaak te stellen. Nu lijkt het mosterd na de maaltijd. Uit onderzoek is gebleken dat het percentage ouders dat vindt dat een islamitische school evenveel bestaansrecht heeft als een andere bijzondere school in een paar jaar tijd drastisch is gedaald. Het is het logische gevolg van de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden in de algemene opinie in Nederland ten aanzien van migranten met een islamitische achtergrond. Het was aardig geweest wanneer Brinkman in haar boek iets had gezegd over het bestaan van bijzondere scholen an sich. Want uiteindelijk komen we uit bij die ene – wat mij betreft onvermijdelijke - vraag, die in Nederland nog bij veel mensen taboe is: wordt het niet eens tijd dat we het bijzonder onderwijs afschaffen? ![]() |