| De puinhopen van Prick |
| Leo Prick, Drammen, dreigen, draaien. Hoe het onderwijs twintig jaar lang vernieuwd werd. ISBN 90-5330-461-4 |
De bekende columnist van de nrc heeft het afgelopen jaar een boek geschreven dat voor iedere (aanstaande) docent verplichte kost is. In zijn boek beschrijft Leo Prick genadeloos twintig jaar onderwijsbeleid. Genadeloos is nog voorzichtig uitgedrukt, want Prick laat werkelijk geen spaan heel van de vernieuwingen, die zijn doorgevoerd door de verschillende ministers. Zoals in meerdere recensies en besprekingen te lezen valt, moet met name het PvdA ideaal aangaande de ‘middenschool’ het ontgelden. Daarnaast worden de schaalvergrotingen én het afschaffen van de MAVO door Prick gehekeld. Wat als een opmerkelijk feit naar voren komt, is dat niemand in het veld vóór deze veranderingen was. Ook ouders zagen het met lede ogen toe. De politiek drukte echter keer op keer door, ook als de signalen van de deskundigen helder waren. In de slotbeschouwing somt Prick nog eens op waar het in zijn beleving vooral fout is gegaan in de afgelopen twintig jaar. Dát het catastrofaal misging, staat voor iedere lezer tegen die tijd reeds als een paal boven water. Allereerst is er de eerdergenoemde illusie van het gelijkheidsdenken. De basisvorming, zo heeft Prick dan al aangetoond, was eigenlijk mislukt voordat het goed en wel van de grond was gekomen. Voorts verwijt Prick het de overheid dat scholen niet geholpen werden bij het grootste probleem dat zich in de jaren tachtig voordeed: de terugloop in het aantal leerlingen. De enige oplossing die vanuit de overheid kwam, bleken vruchteloze pogingen tot onderwijsvernieuwing te zijn, maar daar zaten de docenten en schoolleidingen nu juist helemaal niet op te wachten. De docenten voelden zich bovendien in een zwakke positie, omdat de daling in leerlingenaantallen een overschot aan docenten veroorzaakte. Het bleek een slecht uitgangspunt te zijn voor onderhandelingen over salarissen. Docenten kozen voor zekerheid en hielden zich gedeisd. Als belangrijk derde verwijt noemt Prick de houding van de overheid ten aanzien van de instroom van migrantenleerlingen. Scholen werden erdoor overvallen, zagen de problemen groeien door taalachterstanden. Wederom sprong de overheid niet in. Het boek eindigt zeer pessimistisch. Niet alleen zijn er in het verleden cruciale fouten gemaakt, het ziet er volgens Prick niet naar uit dat het in de toekomst zal gaan verbeteren. De kans lijkt juist zeer aanwezig dat het alleen maar slechter zal gaan met het onderwijs. De schrijver doelt hiermee op het dreigende tekort aan leraren. Er zullen echter altijd wel mensen gek genoeg zijn voor het onderwijs, zo merkt Prick cynisch op. Het probleem is alleen dat deze nieuwe docenten niet goed op hun taken zijn voorbereid nu de kwaliteit op de lerarenopleidingen gigantisch is gedaald. Academici zullen steeds minder voor het onderwijs willen kiezen, omdat het een tweederangs baantje is geworden. Het meest opvallend aan het boek is natuurlijk de manier waarop Prick het beleid fileert. Zonder aanzien des persoon legt hij keer op keer zijn vinger op de zere plek. Daarbij valt hij zelf af en toe ook door de mand. Waar hij politici verwijt geen kennis van zaken te hebben aangaande de onderwijsprakijk zo toont Prick op zijn beurt weinig gevoel voor de wijze waarop in Den Haag beleid tot stand komt. Politieke sensitiviteit is hem vreemd. Hij is een kritische buitenstaander, een soort Alexander Pechtold, die zich blijft verbazen over de manier waarop politici hun tak van sport bedrijven: hoe deals gesloten worden tussen (coalitie)partijen, het liegen en bedriegen, de ego’s van ministers die vaak meer met hun eigen positie bezig zijn dan met hun achterban. Echt verrassend is het niet. Het is natuurlijk altijd gemakkelijk om daar vanuit een outsiderspositie op te schieten. Wat dat betreft is Prick niet veel anders dan die leraren die een ambtenaar van het Ministerie van Onderwijs al bij voorbaat wantrouwen en die slechts met sarcasme kunnen spreken over wat daar in ‘Den Haag’ (voorheen: ‘Zoetermeer’) allemaal wordt bekokstoofd. Het boek mist een heldere en concrete toekomstvisie. Het doemscenario waarmee Prick afsluit, is misschien bedoeld om de wereld wakker te schudden en politici aan te zetten tot het nemen van maatregelen (hopelijk wel de goede dit keer), maar het fatalisme is wat teveel van het goede. Het had Prick gesierd als hij zijn toon iets had gematigd en de (aanstaande) jonge docenten die dit boek ook lezen het gevoel had meegegeven dat je echt niet stapelgek hoeft te zijn om voor het onderwijs te kiezen. Het is namelijk toch echt een verdomd leuk vak. En, geloof het of niet, er bestaan nog jonge docenten met een goede dosis vakinhoudelijke kennis. ![]() |