| Eerste indruk |
Iedere aanstaande en beginnende docent heeft te maken met beoordelingen: door stage begeleiders, collega’s, leidinggevenden. Ook in je latere loopbaan zal je functioneren regelmatig besproken worden. Maar wanneer ben je nu eigenlijk een goede docent? |
| Op mijn stage school twee jaar geleden beweerde de directeur dat hij aan het gezicht waarmee iemand tijdens de pauze de docentenkamer binnenkwam, kon zien of diegene ‘het’ had, of niet. Dubieus? Vond ik toen wel. Maar wellicht zit er een kern van waarheid in deze woorden. ‘Het’ heeft er volgens deze directeur kennelijk mee te maken dat de docent uitstraalt het naar zijn zin te hebben. Kom je vol energie na je lessen de docentenkamer in, of juist uitgeblust en sikkeneurig? Plezier hebben in je vak zou wel een eerste vereiste moeten zijn. En, waar of niet? Van een goed verlopen les krijg je energie, het voelt alsof je vleugels krijgt, zoals in de bekende RedBull reclame. Je zweeft een paar centimeters boven de grond, een glimlach speelt om je lippen. Terwijl je door de gangen loopt, denk je terug aan die ene grappige opmerking van een leerling, of je herinnert je dat je bij de leerlingen zag dat ‘het kwartje viel’. Kijk, daar doe je het voor, voor dat gevoel. Eerlijk is eerlijk, zo gaat het niet altijd. Zeker niet in het begin, op een nieuwe school, met klassen die aan je moeten wennen en jij aan hen. Dan gaat het lesgeven voor je gevoel gepaard met vallen en opstaan: soms gaat het geweldig, soms vraag je je af waar je in godsnaam aan begonnen bent. Ervaart iedereen dit zo? Bestaan er docenten die vanaf het eerste begin zich als een vis in het water voelde, bij wie het altijd van een leien dakje gaat, ongeacht welke klas ze voor zich hebben? Of zijn de docenten bij wie het altijd zo goed gaat misschien niet erg zelfkritisch? Of willen ze graag een beeld scheppen waarin ze naar voren komen voor de buitenwereld als een fantaaastische docent bij wie er noooooit problemen zijn? Het lastige hieraan is dat het moeilijk te meten valt. Of je lessen goed gaan naar jouw eigen idee en gevoel is behoorlijk subjectief. Neem bijvoorbeeld het idee van ‘orde houden’. Of je van jezelf vind dat je dit goed kunt, heeft er mee te maken hoe hoog je de lat legt voor jezelf en de leerlingen. Natuurlijk begrijpen we allemaal dat er geen sprake is van ‘orde’ wanneer de leerlingen de tent afbreken, en op de tafels staan terwijl de leraar wanhopig straffen uitdeelt waarvoor hij enkel wordt uitgejoeld. Dat zijn duidelijke gevallen. Het andere uiterste is de docent die zoveel autoriteit heeft dat het in zijn klas altijd muisstil is. Tussen deze uitersten zit een groot grijs gebied. Wat is draaglijke ruis, wanneer wordt het storend? Hoe hard mogen de leerlingen praten wanneer ze gezamenlijk werken aan een opdracht? Mag het wel eens een beetje rumoerig zijn, aan het eind van de les? Iedere docent bepaalt dit voor zichzelf. Zo komen we uit bij de gedachte dat een docent vooral datgene wordt wat hij verkiest te denken over zichzelf; dit straalt hij uit naar de leerlingen en zijn collega’s. Is hij tevreden over hoe zijn lessen gaan (of wij dit nu terecht vinden of niet) dan zal hij plezier uitstralen, relaxed overkomen. Vraagt hij zich voortdurend af of hij het wel goed doet en of de leerlingen hem wel aardig vinden, dan zal hij opvallen door een gespannen en nerveuze houding. Duidelijk is dat het eerste een veel betere indruk maakt. Uit het voorbeeld van de directeur van mijn stageschool blijkt dat die indruk belangrijk en misschien zelfs doorslaggevend kan zijn. Het betekent dat iemand al een idee heeft van hoe jij bent als docent, nog voordat deze ook maar één les van je heeft gezien. Vreemd, of niet? ![]() |
| Vorige afleveringen |
| Orde en regelmaat |
| Samenwerking |
| Eerste indruk |