Home    Actueel    Opinie    Varia    Info    Contact
Orde en regelmaat

Iedere aanstaande en beginnende docent heeft te maken met beoordelingen: door stage begeleiders, collega’s, leidinggevenden. Ook in je latere loopbaan zal je functioneren regelmatig besproken worden. Maar wanneer ben je nu eigenlijk een goede docent?

Aflevering 3: een goede docent is ordelijk en netjes?

’s Ochtends komt hij kalm, netjes aangekleed, de haren keurig gekamd, de docentenkamer binnenwandelen. Beleefd groet hij zijn collega's. Vervolgens pakt hij een kopje koffie en leest de krant. Bij het klinken van de eerste bel staat hij direct gedecideerd op, pakt zijn tas en loopt naar zijn klaslokaal op de eerste etage. Hij laat zijn leerlingen het lokaal binnen en ziet erop toe dat dit rustig verloopt. Zodra de tweede bel is gegaan, begint de les. Ook als je maar twee tellen te laat binnenkomt, is het oordeel onverbiddelijk. Je bent te laat, dus je haalt een briefje. Smoesjes worden niet geaccepteerd. Nooit.

Op het bord schrijft hij, in een net leesbaar handschrift, het programma voor die les op. Uit zijn tas verschijnen de boeken en de agenda waarin hij alles nauwgezet noteert. De cijferlijsten, het opgegeven huiswerk, inhaalrepetities. De les verloopt precies volgens plan. Het gaat, op een enkel detail na, exact zoals de les over dit onderwerp van deze paragraaf het jaar hiervoor en het jaar dáárvoor. Precies dezelfde aantekeningen verschijnen op het bord. Hij kan ze wel dromen, evenals de uitleg die hij erbij geeft. Niet alleen zijn woordkeuze, maar ook dat ene grapje waarvan hij weet dat het altijd werkt: het wordt precies zo herhaald. De docent volgt een strak script waarin geen ruimte is voor improvisatie. De enkele zittenblijver in de klas herkent het misschien, maar de rest van de leerlingen hoort dit ieder jaar voor het eerst én het laatst.

Aan het einde van de les begint de klas aan het huiswerk, terwijl de docent nog even werkt aan het nakijken van SO’s. Als de bel gaat, vertrekken de leerlingen naar hun volgende les. Bij de deur houdt hij ze goed in de gaten. Zijn ogen glijden langs de banken en de grond. Zodra hij iets ziet liggen, roept hij een leerling. Die pakt de bezem en veegt de viezigheid op. De docent vertrekt daarna ook: hij heeft een tussenuur. Tijdens dit uur komt er een andere klas én een andere docent in het lokaal. Zíjn lokaal waarin alles precies is zoals het moet zijn: het bord fris schoongeveegd met een spons, de tafels en stoelen kaarsrecht (de leerlingen mogen pas weg als alle stoelen zijn aangeschoven), geen enkel propje te bespeuren.

Zijn collega staat bij de deur te wachten. Een spottende grijns op zijn gezicht. ‘Mogguh’, groet hij nonchalant. Alleen dat maakt al dat de nekharen overeind gaan staan. ‘Kan ik je nog even spreken voordat de les begint?’, vraagt de docent wiens lokaal nu wordt bestormd door een troep brugklassers. Wantrouwend kijkt hij ze na. ‘Ik eeh merkte dat je vorige week vergeten was het lokaal op slot te doen, toen je wegging. Ik heb toch liever wel dat je dat doet, want we willen natuurlijk niet hebben dat leerlingen hier gaan rondsnuffelen hé?’ Zijn collega kijkt langs hem heen, en knikt. ‘Tuurlijk joh, ik zal proberen eraan te denken’. Dan verdwijnt hij in het lokaal, en trekt de deur achter zich dicht. Het laconieke antwoord roept ergernis op. En dat is niet het enige. Vorige week was niet alleen de deur van het lokaal nog open toen hij terugkwam, er lagen papiertjes achterin de klas, de stoelen waren niet aangeschoven, en het bord was niet schoongeveegd. Op het bureau lagen twee pennen die niet van hem zijn, en een schrift van een leerling dat daar waarschijnlijk per ongeluk was blijven liggen. Zo kun je toch niet werken?

Een docent dient ordelijk te zijn om orde over de leerlingen te kunnen houden, zo is zijn stellige overtuiging. Discipline, regelmaat, consequent zijn, dat zijn de sleutels tot het lesgeven. Hij doet dit al jaren zo en het werkt uitstekend. Hij begrijpt niet dat collega’s dat niet willen inzien. Vorig jaar had hij een stagiaire te begeleiden. Als eerste had hij die aanstaande docent geleerd hoe hij het bord netjes kan schoonvegen. ‘Bordmanagement’, had hij dat voor de grap genoemd. Maar het was wél serieus bedoeld. Zo hoort een docent te zijn: hij geeft leerlingen het goede voorbeeld. In een omgeving waarin netheid heerst en alles duidelijk is, kunnen leerlingen goed leren. Anders niet.

Zijn stappen weerklinken door de gang als hij naar de docentenkamer terugloopt. Straks in de pauze het lokaal maar weer opruimen. Dat krijg je, met zulke collega’s. En het ergste is: ze worden er nooit op aangesproken.

Mail Marjonne