Home    Actueel    Opinie    Varia    Info    Contact
Natuurwetten

Iedere aanstaande en beginnende docent heeft te maken met beoordelingen: door stage begeleiders, collega’s, leidinggevenden. Ook in je latere loopbaan zal je functioneren regelmatig besproken worden. Maar wanneer ben je nu eigenlijk een goede docent?

Aflevering 4: een goede docent heeft orde

Het eerste half jaar voelt het alsof je persoonlijk getest wordt. En dat niet één of twee keer …..nee, uur na uur, door iedere klas tijdens ieder lesuur opnieuw. ‘Hoe is ie, die nieuwe?’ Je hoort het de leerlingen aan elkaar vragen. Je vreest het antwoord. ‘Oh die, nee joh, die kan geen orde houden. Láchen man.’ Je weet zelf nog hoe je was. Meedogenloos zag je de zwakke plekken, het onhandige gestuntel, de zenuwachtige gebaartjes, het gefrunnik aan een oorlel, de zweetplekken onder de armen. Nu ben jij degene die genadeloos wordt geobserveerd. Bij ieder onverwacht incident hoor je ze denken: hoe gaat die nieuwe reageren? Je bent alert op ieder propje papier, ieder gummetje dat van een tafel valt. Ze doen het toch niet expres hé? Spiedend maar toch zo nonchalant mogelijk houd je ze in de gaten.

Orde houden. Iedereen weet dat lesgeven daarom draait. Natuurlijk weten we dat het ook met andere dingen te maken heeft. Vakdidactiek, pedagogische kwaliteiten, inhoudelijke kennis. Maar je bent nergens als je geen orde hebt. En die orde moet je als eerste bewijzen, daarop zul je worden afgerekend in eerste instantie. Door de leerlingen, door de collega’s, maar vooral: door jezelf. Want wat zegt het over jou als je zo’n troepje pubers niet in de hand kan houden? Ben je dan een sukkel? Mislukt? Tragisch?

Maar als het zo belangrijk is, vooral als je net begint, hoe doe je het dan? Bestaan er handleidingen voor? Regeltjes, advies, tips? Jazeker. Maar die tips liggen meestal erg voor de hand. Zo wordt er vaak gehamerd op lichaamshouding. Het is bijvoorbeeld niet verstandig om met afhangende schouders voor de klas staan. Of te gaan zitten achter je bureau en nooit meer op te staan, ineengedoken op je stoel. Je ziet de propjes al door het lokaal gaan bij wijze van spreken. De meeste tips liggen té voor de hand. Als je dat al niet zelf kunt bedenken, zal het met het lesgeven inderdaad wel niets worden. Natuurlijk sta je rechtop, doe je je flink voor, probeer je niet te frummelen aan je kleding. Natúúrlijk. Maar leerlingen doorzien heel snel of het zelfvertrouwen van nature komt, of aangeleerd stoer gedrag is dat niet bij de persoon past.

Leerlingen zijn als een stel wolven met onstilbare honger. Ze ruiken angst en onzekerheid, ze pikken ieder signaal in die richting op. Ze hebben in de gaten dat een docent niet op z’n gemak is. Dat hoeft niet erg te zijn, want vaak geeft de club wolven je het voordeel van de twijfel. Maar in sommige gevallen doen ze dat duidelijk níet. Dan vliegt het dak eraf. Dan drijven ze de docent tot wanhoop. Dan wordt er niet één propje papier gegooid, maar gaan er tientallen door het lokaal. Dan rent een leraar huilend de klas uit. Dan gaat hij bevend weer terug. En dan is het al snel over en uit.

Dat is niet tragisch. Dat is gewoon de natuur.

Mail Marjonne